2018: #EenJaarNa #MeToo

In oktober is het een jaar geleden dat de #MeToo-beweging internationaal losbarstte. Tijd voor Rutgers om precies een jaar later de balans op te maken. Want hoeveel indringende verhalen #MeToo ook losmaakt… de cijfers rondom seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag zijn niet nieuw. In Nederland krijgt maar liefst ruim de helft van de vrouwen en bijna een vijfde van de mannen te maken met seksuele handelingen tegen hun wil. De #MeToo-beweging geeft deze vrouwen en mannen een gezicht en zet de urgentie voor verandering hoog op de agenda.

Online Magazine 

Hoe nu verder?

Met de Johannes Rutgers Dialoog wilde Rutgers vooruit kijken. Een jaar na de #MeToo- discussie is het tijd voor vervolgstappen. Dappere slachtoffers hebben hun verhaal gedaan en daardoor de hashtag een gezicht gegeven. Daders hebben de consequenties van hun daden gevoeld. Maar hoe zorgen we ervoor dat deze hashtag verder gaat? Hoe zorgen we ervoor dat we wezenlijk iets veranderen, en seksuele grensoverschrijding terugdringen? Rutgers lanceerde zaterdag de campagne #Benjeoke, die ervoor moet zorgen dat seksuele grensoverschrijding in uitgaansgelegenheid wordt teruggedrongen. Het is een volgende stap.

Maar welke stappen kunnen we nog meer zetten? Dat was de grote vraag van deze dag. Vanuit verschillende geledingen hoorden we vandaag visies en ervaringen. Twee middelbare scholieren die hun profielwerkstuk schreven over seksuele voorlichting op scholen, en ons een inkijkje gaven in hoe het met de voorlichting op hun school gesteld is. Hoogleraar Ellen Laan die mythes wil ontkrachten, mannen wil betrekken en meisjes wil leren de regie te nemen. Gedragswetenschapper Reint Jan Renes die ons wijst op wat niet werkt in gedragsverandering. Milou Deelen die met haar kritiek op studentenvereniging Vindicat het slutshaming-debat flink aanwakkerde. Anke Laterveer die haar kinderen leert om te checken of iemand zich nog wel prettig voelt.

Tijd voor echte veranderingen

Iedereen was ervan overtuigd dat het nu tijd is om wezenlijke veranderingen door te voeren. Kamerleden Kirsten van der Hul als Nevin Özütok hameren erop dat politieke steun onontbeerlijk is. Maar zoals directeur Ton Coenen in zijn verhaal ook stelde: dan moet er wel geld vrijgemaakt worden. Het is een complex probleem. Het is een debat over fundamentele omgangsvormen tussen mannen en vrouwen.

Voor een verandering in hoe we met elkaar omgaan heb je veel partijen nodig: onderwijs, werkgevers en werknemers, sportclubs en horeca. Die omgangsvormen heb je niet in een jaar veranderd.

Het zal nog even duren voordat heel Nederland inziet dat #metoo geen ‘bakfietsmoedergeneuzel’ is, noch een heksenjacht, maar een wezenlijk debat. Waardoor vastgeroeste patronen worden doorbroken en we de samenleving gelijkwaardiger en veiliger maken. Voor iedereen.

Ton Coenen blij met opbrengst van vandaag

Ton Coenen is heel tevreden over de opbrengst van deze middag, vertelt hij aan het slot van het programma bij Sofie op de bank. ‘Ik ben heel blij met de mededeling van Ciska Scheidel (directeur Publieke Gezondheid van het ministerie van VWS, red.) dat het geld dat beschikbaar komt voor de preventie van ongewenste zwangerschappen een bredere insteek krijgt met ook de preventie van seksuele grensoverschrijding.’ Verder heeft hij veel ideeën gehoord waar we mee aan de slag kunnen. ‘We moeten ons richten op meiden én jongens samen, en docenten beter ondersteunen in het bespreekbaar maken van seksualiteit. De helft van de scholen besteedt hier niet structureel aandacht aan, weten we. Er is veel ondersteuningsaanbod en informatie, maar blijkbaar wordt de weg er naartoe niet altijd gevonden.’ Het idee van de twee vwo-scholieren om leerlingen in te schakelen voor het geven van voorlichting, vindt hij een goede. Hij benadrukt dat seksuele voorlichting blijvend nodig is. ‘Er zijn steeds weer nieuwe jongeren die seksueel actief worden. En er zullen steeds weer nieuwe aandachtspunten zijn.’

Een nieuwe norm nodig

Sofie concludeert: ‘Er is een nieuwe norm nodig. Net als met roken; dat is nu gewoon niet meer oké. Dat werkte ook als een zelfcorrigerend systeem.’ ‘Het gaat vooral om de vraag: Wat kan ik nu doen?’ zegt Ton. ‘We zijn een campagne gestart met een simpele manier om het onderwerp bespreekbaar te maken, namelijk door de vraag te stellen: ‘Ben je oké?’ als je denkt dat er iets vervelends gebeurt. Dat is laagdrempelig en iets dat iedereen kan doen. Je kunt namelijk niet zeggen: dit kan wel en dat kan niet; het verschilt per persoon wat oké is.’ Sofie wijst naar het scherm achter zich. ‘Kijk, ik ben oké’. We zien een selfie van haar met het campagnebeeld en de tekst ‘Ik ben oké.’ ‘Dit is iets dat iedereen kan doen: je foto uploaden op www.benjeoke.nl en delen op je socials.’

Meer lezen