Opinie: Levenslange registratie jonge zedenplegers niet zinvol

Jongeren die veroordeeld zijn voor een seksueel delict krijgen een levenslange aantekening in het Justitieel Documentatiesysteem. Het doel daarvan is het voorkomen van nieuwe slachtoffers. De maatregel lijkt echter zijn doel voorbij te schieten. Rutgers pleit ervoor om de maatregel af te schaffen voor jonge zedendaders met een laag risico op herhaling. Na doorlopen van een gedragstraining of behandeling ter voorkoming van herhaling van dit gedrag, zou een aantekening niet (meer) nodig hoeven te zijn. Jongeren krijgen hierdoor de kans om te leren van hun fouten.

Stigma vergroot risico

Na veroordeling voor een (zeden)delict krijgt een jeugdige pleger automatisch een aantekening in het Justitieel Documentatiesysteem. De maatregel geldt voor alle zedendelinquenten, ongeacht de zwaarte van het delict en de kans op herhaling. Dit kan dus ook gelden wanneer een jongere een seksueel getinte foto of filmpje toestuurt aan zijn vrienden. Een aantekening als zedendelinquent kan voor jonge plegers ingrijpende gevolgen hebben. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer de jongere op enig moment een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) moet overleggen aan bijvoorbeeld een nieuwe werkgever. De kans is groot dat een VOG op basis van deze aantekening niet wordt afgegeven. Hierdoor nemen stagemogelijkheden af en maken deze jongeren minder kans op een baan. Het stigmatiseren en uitsluiten van jongeren die een zedendelict hebben gepleegd - offline of online -  heeft tot gevolg dat het deze jongeren moeilijk wordt gemaakt om mee te draaien in de maatschappij. Het is bekend dat het risico op het plegen van een delict hierdoor wordt vergroot. In de strafrechtketen is men zich mogelijk ook bewust van de stigmatiserende werking van de aantekening. In 2004 is deze aantekening ingevoerd. Direct daarna, vanaf 2005 is er een flinke daling te constateren in het aantal geregistreerde minderjarige zedenverdachten. In 2005 waren dit er nog 1705 en in 2013 nog maar 495. Is het aantal zedendelicten feitelijk afgenomen of heeft deze daling te maken met de invoer van de aantekening in het Justitieel Documentatiesysteem? Een afname in het aantal zedendelicten is gezien de slachtoffercijfers niet waarschijnlijk.

Aanbeveling

Rutgers pleit ervoor om de aantekening te versoepelen. Door middel van individuele risicotaxaties kan worden ingeschat  hoe hoog het recidiverisico voor een specifieke jongere werkelijk is. Dit is zinvoller dan een maatregel die álle jonge daders van een zedendelict, ongeacht de zwaarte van het delict en het individuele risico op herhaling, over één kam scheert. Jeugdige daders met een laag risico op herhaling hebben juist passende ondersteuning nodig. Instroom naar effectieve interventies voor deze jongeren moet zo min mogelijk drempels bevatten. Na doorlopen van zo’n traject zou een levenslange aantekening niet (meer) nodig zijn. Daarmee wordt herhaling van zedendelicten pas echt voorkomen.

Willy van Berlo, programmacoördinator seksuele grensoverschrijding
Marianne Jonker, unitmanager jeugd- en zedenprojecten Rutgers

Meer informatie

 

 

Reacties