Ondersteuning preventie tienerzwangerschappen

Jaarlijks worden naar schatting 5.000 meiden onder de 20 jaar zwanger. Ongeveer twee derde kiest voor een abortus en een derde voor het uitdragen van de zwangerschap. Het aantal tienermoeders ligt rond de 1.500 per jaar. Op jonge leeftijd een kind krijgen heeft veel impact, niet alleen op de jonge ouders zelf, maar ook op de maatschappij.

Jongeren die te maken hebben met een onbedoelde zwangerschap zijn meestal emotioneel en financieel niet goed voorbereid op de komst van een kind. De opvoeding kan zwaar zijn, zeker in combinatie met school. Ook het vinden van werk is lastig en vaak wordt een uitkering aangevraagd. Er zijn tienerouders die het aardig redden, dankzij steun uit hun omgeving, hulp van instanties of op eigen kracht.

Voorlichting op school essentieel
Jongeren moeten niet alleen weten hoe ze een zwangerschap kunnen voorkomen en welke anticonceptiemethode bij ze past, ook weerbaarheid, wensen en grenzen in relaties en seksualiteit, kinderwens en jong ouderschap zijn belangrijke onderwerpen. Aangezien er niet in alle gezinnen wordt gepraat over seksualiteit, hebben scholen hierin een belangrijke taak.

Rol van de zorgprofessional
Huisartsen, abortusartsen, gynaecologen en verloskundigen en ook praktijkondersteuners, doktersassistenten en sociaal verpleegkundigen spelen een belangrijke rol bij de keuze voor een anticonceptiemethode. Hulpverleners in zorg en welzijn hebben te maken met kwetsbare jongeren; een risicogroep voor onbedoelde zwangerschap. Ook daar liggen de kansen voor preventie.

In het Impulsproject Preventie Ongewenste Tienerzwangerschap (IPOT) dat is afgerond in 2018, werkten Rutgers, Fiom en Soa Aids Nederland gedurende vijf jaar aan preventie en begeleiding van onbedoelde zwangerschap onder jongeren. 
IPOT had 4 pijlers:

  1. Kennisopbouw, verspreiding van kennis en monitoring activiteiten
    Op basis van literatuurstudies en