man leest krant

Seksuele grensoverschrijding moet onderwerp van gesprek zijn op sportclubs

Vandaag publiceert de Commissie De Vries het onderzoek naar seksuele grensoverschrijding in de sport. Rutgers nam een deelonderzoek voor haar rekening: hoe sportverenigingen seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen voorkómen. Bijeenkomsten met sportverenigingen en interviews met sportbonden en NOC*NSF hebben inzicht gegeven in de knelpunten en in mogelijke oplossingen.

Dat seksuele grensoverschrijding ook bij sportverenigingen voorkomt, is al langer bekend. De cijfers die blijken uit het onderzoek van Commissie De Vries zijn schrikbarend: twaalf procent van de sporters heeft als kind op z’n minst één ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag. De leeftijd waarop de eerste ervaring met seksuele intimidatie en misbruik plaatshad, ligt bij driekwart van de gevallen onder de zestien jaar. 

omslaguitsnede Het moet in de genen gaan zitten.

Met de handen in het haar

Alle landelijke inspanningen van de afgelopen jaren hebben er niet toe geleid dat sportverenigingen weten wat ze ertegen moeten doen en dat ook daadwerkelijk doen. Veel verenigingsbesturen schipperen tussen het zien van het belang van het onderwerp en de angst om er te veel nadruk op te leggen. Verenigingen geven ook aan dat een gebrek aan vrijwilligers, bestuurswisselingen en de cultuur op de vereniging maakt dat het onderwerp moeilijk te agenderen is. Maar verenigingen die het probleem wel willen aanpakken, weten vervolgens ook niet waar ze materiaal en ondersteuning kunnen vinden. Men heeft het gevoel zelf het wiel uit te moeten vinden.

Soms is er sprake van een mannencultuur, waarin veel geintjes of seksistische opmerkingen worden gemaakt en dit onderwerp weggewuifd wordt als overdreven. Of van een cultuur waarin iedereen stelt dat ‘dit toch niet voorkomt bij ons’.

Marianne Cense
Onderzoeker Rutgers

Wat gebeurt er tot nu toe?

NOC*NSF en aangesloten sportbonden hebben veel aandacht voor het weren van kwaadwillenden en voor meldingen. Verenigingen wordt aangeraden een Verklaring Omtrent Gedrag te vragen van nieuwe trainers en vrijwilligers, het centrale registratiesysteem te raadplegen en een vertrouwenscontactpersoon aan te stellen. De vertrouwenscontactpersoon heeft vervolgens de taak om het thema bespreekbaar te maken op de vereniging en kan hiervoor een training volgen bij NOC*NSF. Maar lang niet alle vertrouwenscontactpersonen volgen de training. Een cursus kost geld, tijd, en prioriteit. En die drie dingen ontbreken bij veel verenigingen en vrijwilligers.

Onderwerp van gesprek

Veel minder aandacht is er voor het creëren van een open cultuur binnen de vereniging, waarin het gesprek over omgangsvormen mogelijk is. De preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag is nu vooral een verantwoordelijkheid van bestuurders en vertrouwenscontactpersonen, terwijl het ook een onderwerp moet zijn voor trainers en coaches. Dan kunnen bestuur, trainers en coaches en sporters samen gedragsregels opstellen voor de dagelijkse praktijk.
Wanneer de preventie van seksuele grensoverschrijding onderdeel uitmaakt van een breder thema, zoals ‘Naar een Veiliger Sportklimaat’ (VSK), krijgt seksueel grensoverschrijding vaak weinig aandacht of wordt niet expliciet benoemd.

Materialen en van elkaar leren

Verenigingsbesturen geven aan dat ze geholpen zijn met een concreet stappenplan en een website waar alle producten te downloaden zijn om seksuele grensoverschrijding een onderwerp te maken binnen de vereniging. Ook hebben ze behoefte aan ondersteuning op lokaal niveau, en willen ze van elkaar kunnen leren. Het gesprek moet niet over excessen gaan, maar juist over alledaagse situaties, waar iedereen mee te maken kan hebben. Dit is een gesprek dat in alle lagen van de vereniging gevoerd moet worden: met trainers, coaches en andere vrijwilligers, maar ook met sporters en ouders.

Wat moet er gebeuren?

Het is belangrijk dat de sportwereld, bonden én verenigingen, stimuleert dat er een open klimaat ontstaat waar over omgangsvormen en grenzen gesproken wordt. In dit gesprek gaat het niet alleen om bestuursleden en trainers, maar zijn sporters en ouders een belangrijke partij. Zorg dat omgangsvormen en de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag niet alleen de verantwoordelijkheid van het bestuur en de vertrouwenscontactpersoon zijn, maar dat alle leden zich hierbij betrokken voelen. Er zijn al materialen voorhanden om dit gesprek mee aan te gaan, maar innovatie is ook gewenst, met name in visuele, interactieve middelen die participatie van leden bevorderen. 

Sportbegeleiders hebben een bijzondere positie voor het bevorderen van een veilige omgeving om te sporten. Zij sturen teams aan en bepalen hoe trainingen verlopen. Zij kunnen corrigeren als sporters zich niet aan de gedragsregels houden en dienen zich ook bewust te zijn van het overwicht dat ze hebben op sporters en daar zorgvuldig mee om te gaan. Daarom is het nodig dat trainersopleidingen ruim aandacht besteden aan omgangsvormen, aan de bewustwording van machtsverschillen en hoe je het gesprek hierover voert. Om praten over omgangsvormen vervolgens tot levende praktijk te maken (zodat het ‘in de genen gaat zitten’), is het belangrijk dat het een terugkerend onderwerp van gesprek is tussen bestuur en sportbegeleiders.

Voor meer informatie en tips lees het rapport:

Het moet in de genen gaan zitten. Preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sport

 

Reacties