10 mythes over abortus

Vrouwen en mannen hebben recht op eerlijke en betrouwbare informatie over seksualiteit en gezinsplanning, om zelf weloverwogen keuzes te maken. Soms wordt informatie gemanipuleerd of is de informatie onjuist. Eén van de onderwerpen waar vaak veel misverstanden over bestaan of waar mythes en opvattingen soms hardnekkig zijn, is abortus. ‘Een gevoelig onderwerp’, zegt Ineke van de Vlugt, programmamanager Anticonceptie en Abortus van Rutgers. ‘Omdat dit ook raakt aan ethische vraagstukken en persoonlijke waarden en normen. Toch is het belangrijk om feiten van onjuistheden te scheiden.’ Ze weerlegt 10 mythes over abortus.

1. Met de morning-afterpil breek je een zwangerschap af.

Niet waar:

De morning-afterpil kunnen vrouwen slikken direct (liefst binnen 24 uur) na onveilige seks (bijvoorbeeld als een condoom gescheurd is of als er geen anticonceptie is gebruikt). De morning- afterpil zorgt ervoor dat de ontwikkeling van een zwangerschap wordt tegengegaan. De eicel wordt niet bevrucht door spermazaadje en een eventueel bevruchte eicel nestelt zich niet in de baarmoeder. Er is dus nog geen sprake van een zwangerschap. Je kunt dan ook niet spreken van een abortus.  

2. Met de ‘abortuspil’ kun je een zwangerschap tot 22 weken afbreken.

Niet waar:

Met een medicamenteuze overtijdbehandeling, de zogenoemde ‘abortuspil’, kan een zwangerschap van maximaal 7 tot 9 weken (63 dagen overtijd) afgebroken worden. Binnen 48 uur slikt de vrouw dan twee soorten pillen: een pil met het hormoon progestageen om de ontwikkeling van een zwangerschap tegen te gaan en 24 uur later een pil waarmee door samentrekking van de baarmoeder het vruchtje wordt afgestoten. Bij zwangerschappen na 9 weken kan alleen een abortusbehandeling worden uitgevoerd.

3. Vrouwen die onbedoeld zwanger raken, kiezen te gemakkelijk voor een abortus.

Niet waar:

Vrouwen die onbedoeld zwanger raken staan voor een lastige keuze: de zwangerschap uitdragen of de zwangerschap afbreken. Voor veel vrouwen is dit een emotioneel belastende en niet makkelijke keuze. Vaak spelen meerdere factoren een rol bijvoorbeeld: geen vaste of stabiele relatie, te jong of te oud, al een kind of meer kinderen, (nog) niet in staat een kind op te voeden en te verzorgen, te druk met opleiding en of werk, alleenstaand, een zieke partner, zelf niet gezond of chronisch ziek. Maar soms hebben ze ook schulden, psychische problemen, een verslaving, geen goede huisvesting, etc. In veel gevallen kiezen vrouwen voor een abortus, omdat een andere keuze voor hen op dat moment geen goed alternatief is. Vrouwen maken hierin zelf (al of niet met partner en omgeving) een weloverwogen afweging.

4. Al met 8 weken zwangerschap is er een hartje

Niet waar:

Na de bevruchting groeit het celweefsel in de baarmoeder en ontwikkelen zich de organen zoals hart, longen etc. Met 8 weken kun je wel hartkloppingen horen maar het hart is als orgaan nog niet volgroeid. Pas rond 22-24 weken is een kind levensvatbaar en kan met behulp van goede klinische zorg verder groeien. De Vereniging Bescherming Ongeboren Kind (VBOK) bepleit de beschermwaardigheid van het leven, (‘als een klompje cellen leven is, dan vinden wij dat bijzonder en beschermwaardig’). De VBOK verwijst voor hulp bij onbedoelde zwangerschap exclusief naar het door hen opgerichte Siriz. Schreeuw om Leven is een christelijke pro-life organisatie en wil dat er een einde komt aan abortus en euthanasie in Nederland.

5. Het aantal abortussen is hoog in Nederland.

Niet waar:

In Nederland is het mogelijk om tot 22 weken een zwangerschap af te breken. In veel andere landen is de termijn veel korter en zijn er strengere eisen. Toch heeft Nederland in vergelijking met andere Europese en niet-Europese landen relatief de minste abortussen van de wereld! Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 30.000 abortussen uitgevoerd, waarvan 10% bij vrouwen die niet in Nederland wonen. Het abortuscijfer ligt in Nederland op 8.5. Dat wil zeggen dat 8.5 op de 1000 vrouwen in de leeftijd van 15-45 jaar een zwangerschap afbreekt omdat deze ongewenst is.

6. De meeste abortussen vinden plaats bij tieners.

Niet waar:

In 2016 (laatste cijfers, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) zijn er bijna 3.000 abortussen uitgevoerd onder tieners in de leeftijd van 15 tot 20 jaar. Dat is 5,7 op de 1.000 tieners, en 10% van het totale aantal abortussen. De laatste jaren zien we een daling in abortussen onder tieners; zij beschermen zich relatief goed. De meeste abortussen vinden plaats bij vrouwen tussen de 20 en 35 jaar.

7. Vrouwen krijgen na een abortus spijt of krijgen psychische problemen.

Niet waar:

Alhoewel het voor veel vrouwen geen gemakkelijke keuze is, is het voor de vrouwen die hiervoor kiezen vaak wel de beste keuze. Vrouwen die een weloverwogen besluit nemen en achter hun keuze staan, hebben later minder last van spijt of psychische problemen. Onderzoek (Van Ditzhuijzen, 2017) laat wel zien dat veel vrouwen die een abortus hebben gehad psychische problemen hebben, maar die  waren er vaak al voordat ze ongewenst zwanger raakten. Als vrouwen een paar jaar na een abortus nog psychische problemen hebben, worden die vaak veroorzaakt door een instabiele relatie, door eerdere psychische problemen of door ingrijpende gebeurtenissen voorafgaand aan de abortus.

8. Er is geen taboe meer op abortus In Nederland.

Niet waar:

Alhoewel we goede abortuszorg hebben in Nederland en een liberaal klimaat, is er onder bepaalde groepen nog steeds sprake van een taboe op abortus. Uit onderzoek onder jongeren tot 25 jaar (Seks onder je 25e, 2017) komt naar voren dat abortus niet makkelijk bespreekbaar is en dat sommige jongeren hard oordelen over een abortus of onbedoelde zwangerschap bij andere leeftijdgenoten. Van de meisjes met een abortus, staat twee derde achter haar keuze, maar 59% geeft aan dat ze er niet makkelijk over praten. En bijna de helft van de meisjes/jonge vrouwen tot 25 jaar met een abortuservaring schaamt zich hiervoor. Er is geen onderzoek onder vrouwen boven de 25 jaar naar taboe over abortus. Een taboe kan ertoe leiden dat vrouwen die een zwangerschapsafbreking hebben ondergaan zwijgen over hun ervaring, wat een belemmering vormt bij de verwerking. Meer maatschappelijke acties tegen abortus dragen bij aan een groter taboe en zorgen ervoor dat het thema minder makkelijk bespreekbaar is.

9. Als vrouwen ongepland zwanger raken is dat hun eigen schuld.

Deels waar

Iedere vrouw in de vruchtbare leeftijd, kan bij onbeschermde seks, onbedoeld of ongepland zwanger raken. Uit de abortusregistratie (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, 2016 en Landelijke Abortus Registratie, Rutgers 2015) blijkt dat 2/3 van de vrouwen een vorm van anticonceptie heeft gebruikt en toch zwanger is geraakt. 50% gebruikte de pil en 50% gebruikte een condoom. En juist met deze middelen kan het soms fout gaan, denk aan een of meerdere pillen vergeten, condoom gescheurd of afgegleden of te laat aan een nieuwe pilstrip beginnen. De pil is ook minder werkzaam als je teveel gedronken hebt en hebt overgegeven of bij diarree. Niet iedereen is op de hoogte van deze risico’s of ze schatten de risico’s op zwangerschap te laag in. De een is daarnaast ook nog eens vruchtbaarder dan de ander. Daarnaast zijn mannen natuurlijk net zo goed verantwoordelijk voor een zwangerschap. Als mannen bijvoorbeeld geen condoom willen gebruiken moeten vrouwen sterk in hun schoenen staan om seks zonder condoom te weigeren.

10. Als de termijn voor een abortus korter zou zijn, zouden we minder abortussen hebben.

Niet waar

Sommigen denken dat hoe langer de abortustermijn is, hoe langer vrouwen wachten met een abortus. In Nederland worden verreweg de meeste abortussen (82%) uitgevoerd binnen het eerste trimester, dus binnen de eerste 12 weken van de zwangerschap (Inspectie Gezondheid en Jeugd, 2016). Wel neemt het aantal abortussen dat in de tweede termijn wordt uitgevoerd in de laatste jaren iets toe. Dit wordt mede veroorzaakt door technologische ontwikkelingen in de prenatale diagnostiek. Hierdoor zijn afwijkingen eerder zichtbaar bij de foetus en kan de zwangerschap op medische gronden tot 22-24 weken worden afgebroken. Vrouwen uit landen waar de wetgeving qua termijn beperkter is, maken mogelijk wel eerder gebruik van de abortuszorg in Nederland. Zo zijn er jaarlijks 500 à 600 vrouwen uit België die na 14 weken een zwangerschap afbreken in Nederland. In het eigen land is abortus toelaatbaar tot 12 weken. In landen waar de termijn voor een abortus korter is, zien we echter geen lagere aantallen abortussen.

Lees ook:

'Hoe 'Er is Hulp' misleidende informatie verspreidt over abortus'

'Geen subsidie voor anti-abortuslobby'

 

Reacties