| Auteur: Marianne Cense | Functie: Programmamanager Seksuele vorming

Starten met praten! Voor een veiliger sportklimaat

De Europese campagne Start to Talk is vorige week gelanceerd. Heel goed, zegt onderzoeker Marianne Cense. Ze breekt in deze blog een lans voor praten over seksuele grensoverschrijding in de sport. Vandaag, want 18 november is de internationale dag voor de preventie van seksueel misbruik in de sport.

Start to Talk. Zo heet de campagne van de Raad van Europa over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sport. Start to Talk is geen aansporing aan slachtoffers om hun mond open te doen. We weten immers dat dat niet zo gemakkelijk is. Het is een aansporing voor volwassenen, om voor kinderen en jongeren een veilige omgeving te maken. Coaches, trainers bestuursleden, maar ook ouders. Praat erover: over hoe je met elkaar omgaat, over gedragsregels, over hoe je samen zorgt dat iedereen zich veilig kan voelen tijdens het sporten. Zodat kinderen en jongeren ook weten dat wat normaal is en wat niet, en dat ze het mogen zeggen als het niet OK voelt. De campagne Start to Talk wordt sinds kort in heel Europa gevoerd, ook in Nederland.

Waarom is deze campagne nodig?

Eén op de 8 mensen maakt seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sport mee, bleek uit het onderzoek van de Commissie de Vries. Seksueel misbruik heeft vaak enorme negatieve impact op het zelfvertrouwen en het welzijn van slachtoffers.

Wat wordt er in Nederland tegen gedaan?

Nadat een jaar geleden het rapport van de commissie de Vries uitkwam, besloten sportbonden samen meer geld uit te trekken voor de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag en een goede behandeling van meldingen. Ook het Ministerie van VWS ondersteunt de maatregelen die nodig zijn. NOC*NSF heeft een coördinerende rol. NOC*NSF is gestart met het beter inrichten van de meldprocedure en is samenwerking aangegaan met Fier om laagdrempelige opvang van slachtoffers te bieden. De volgende fase is meer aandacht voor preventie. Rutgers gaat er een bijdrage aan leveren, door het  maken van een visuele, toegankelijke roadmap voor preventie.

Van nationale ambities naar lokale praktijk

Als ons onderzoek naar preventiebeleid vorig jaar één ding duidelijk maakte, dan is het wel dat de aanwezigheid van nationale ambities en allerlei tools niet hoeft te leiden tot lokale acties. Veel verenigingen waren helemaal niet op de hoogte van wat er beschikbaar was, en hoe ze preventie zouden kunnen aanpakken. Ze aarzelden om stappen te zetten, omdat ze bang waren te overdreven te reageren, vrijwilligers af te schrikken of het imago van de vereniging te schaden. De stap van landelijke inzet naar verandering op verenigingsniveau bleek niet zo makkelijk. Daarom is het hoog tijd om die stap, naar bespreekbaar maken op verenigingsniveau, nu wel te zetten. De hoogste tijd om er meer over te praten, want ‘als je het gaat bespreken, komt het naar boven’, aldus een vertrouwenspersoon van een sportvereniging. Het moet niet langer blijven bij verhalen van dappere slachtoffers, alle mensen die betrokken zijn bij de sport, als bestuurder, trainer, ouder, sporter, scheidsrechter of vrijwilliger in de kantine, kunnen mee helpen om te zorgen dat sport een veilige plek is voor kinderen en jongeren.

Verder lezen:

Marianne Cense Programmamanager Seksuele vorming

Reacties