| Auteur: Ineke van der Vlugt | Functie: Programmamanager Anticonceptie en Abortus

Hoezo keuzevrijheid?!

Vandaag berichtte onder meer de Telegraaf over het voorstel van de SGP om de abortuswet te wijzigen. Artsen zouden vrouwen met een ongewenste zwangerschap moeten wijzen op alternatieven voor abortus en haar beter moeten begeleiden bij haar keuze. Deze betutteling, of beter: beïnvloeding, beperkt juist de keuzevrijheid van vrouwen.

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 32.000 abortussen uitgevoerd, waarvan 10% bij vrouwen die niet in Nederland wonen. Vrouwen die twijfelen of ze de zwangerschap zullen uitragen of niet, zijn gebaat bij onafhankelijke keuzehulp. Het merendeel van de vrouwen die ongewenst zwanger raakt, kiest (vaak al in een vroeg stadium van de zwangerschap) voor een overtijdbehandeling of abortus. Ze hebben deze keuze uit de mogelijke opties zelf al weloverwogen gemaakt. Hiertoe is het niet nodig, eerder betuttelend, dat huisartsen vrouwen ook nog eens wijzen op alternatieven voor een abortus.

Veel vrouwen die voor een abortus kiezen, wilden zelf helemaal niet zwanger raken. Ze hebben pech gehad, geen anticonceptie gebruikt of de anticonceptie faalde. Als vrouwen kiezen voor de afbreking van de zwangerschap of een abortus spelen er vaak meerdere factoren een rol, zoals nog niet klaar zijn voor een kind, geen vaste of stabiele relatie, de opleiding willen afmaken, geen financiën, psychische problemen, een voltooid gezin, etc. Een aantal heeft wel een kinderwens, maar wil de geboorte en zorg voor een kind liever uitstellen. Dit zijn verstandige weloverwogen keuzen die vrouwen heel goed zelf kunnen maken. Een huisarts die andere opties laat zien, zal hierin niet veel kunnen veranderen. Het is onnodige betutteling en extra belastend voor de vrouw, en voor de huisarts zelf.

Volgens Van der Staaij zouden vrouwen minder vaak voor een abortus kiezen als ze weten dat er alternatieven zijn, zoals anoniem bevallen, het kind afstaan, financiële hulp en pleegzorg krijgen. Alsof dit alternatieven zijn waar vrouwen in de regel op zitten te wachten, en ook maatschappelijk gezien zijn hier grote kanttekeningen bij te plaatsen. We weten bijvoorbeeld uit onderzoek dat kinderen die niet bij eigen ouders opgroeien maar in een pleeggezin of pleegzorg, eerder psychosociale problemen ontwikkelen en zich minder goed hechten. 

Als zo’n wetswijziging wordt doorgevoerd, zullen vrouwen die bij een ongewenste zwangerschap voor een abortus kiezen het gevoel krijgen zich te moeten verantwoorden. En vaak hebben deze vrouwen al een groot schuld- en schaamtegevoel over de abortus. Zo weten we uit het onderzoek Seks onder je 25e dat bij 2/3 van de meisjes en jonge vrouwen die kozen voor een abortus, bijna 60% hier niet makkelijk over praat met anderen. Bijna de helft van de jonge vrouwen met een abortuservaring schaamt zich hiervoor. Van der Staaij vergeet dat door het opperen van de alternatieven, vrouwen het gevoel hebben niet voor een abortus te mogen kiezen. Als deze wetswijziging wordt doorgevoerd, zal het stigma op abortus alleen maar vergroot worden, wat de keuzevrijheid juist beperkt.

Afgelopen week werd in de Tweede Kamer besloten de huidige abortusregeling te evalueren. Het is opvallend dat bij de criteria voor de inrichting van de wetsevaluatie veel belang wordt gehecht aan een zorgvuldige besluitvorming, beraadtermijn, keuzehulp en nazorg, onder andere om spijt op de langere termijn en (psychische) problemen te voorkomen. Ook Van der Staaij meent met deze wetswijziging het risico op spijt te verkleinen. Spijt is echter een rekbaar begrip. Vrouwen kiezen namelijk zelden 100% voor een abortus, en het besluit wordt zelfden lichtvaardig genomen. Twijfel voorafgaand aan de keuze leidt echter niet per se tot spijt achteraf. Wel kunnen vrouwen het er emotioneel moeilijk mee hebben. Een taboe op abortus maakt dit alleen maar erger. Uit een groot onderzoek van Van Ditzhuizen (2017) weten we dat er onder abortuscliëntes veel vrouwen zijn die psychosociale problemen hebben, maar die hadden ze in de meeste gevallen ook al vóór de abortus. Wat zou er gebeuren als deze vrouwen met financiële ondersteuning (als oplossing) dan toch besluiten een kind te houden? Dan is het leed mogelijk niet te overzien. 

 

Ineke van der Vlugt Programmamanager Anticonceptie en Abortus

Reacties