man leest krant

Blog: Piemel en Poenie? Dit vindt Rutgers ervan.

Het radioprogramma De Wild in de Middag vroeg de afgelopen week op NPO Radio 2 aandacht voor een nieuw familievriendelijk woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Luisteraars kozen voor het Surinaamse woord poenie, als evenknie van piemel. Rutgers is blij met de actie, want anno 2018 blijkt niet iedereen even makkelijk de woorden vagina en vulva te gebruiken. “Het is belangrijk dat het geslachtsdeel van meisjes van jongs af aan benoemd wordt. De vrouwelijke seksualiteit is nog teveel een taboe”, zeggen Elsbeth Reitzema en Marianne Cense van Rutgers. In deze blog lichten ze de actie en het standpunt van Rutgers toe.

In de Nederlandse taal ontbreekt het aan een vrouwelijke evenknie van piemel. Een familievriendelijk woord dat net zo gemakkelijk en zonder gêne uitgesproken kan worden, door ouders, leerkrachten én meisjes zelf. Poenie is prettig en neutraal en het past goed bij het woord piemel. Het is belangrijk dat het geslachtsdeel van meisjes van jongs af aan benoemd wordt. De vrouwelijke seksualiteit is nog teveel een taboe.

Waarom eigenlijk?

We zien dat veel meisjes van jongs af aan geen woord leren voor hun geslachtsdeel, of woorden die de lading niet dekken, zoals plasser, voorbibs of spleetje. Het woord ‘vagina’ wordt medisch gevonden, en kinderen en ouders voelen hier soms gêne bij. Gevolg: meisjes leren niet over hun geslachtsdeel te praten. Hoe kun je dan als meisje en vrouw trots zijn op je geslachtsdeel? Hoe kun je dan aangeven dat er iets is gebeurd met je geslachtsdeel dat je niet wilde? Deze meisjes staan dus al op achterstand wat betreft zelfbewustzijn en weerbaarheid, nog voordat hun seksuele loopbaan begint. En een goed, breed gedragen woord kan leiden tot meer gelijkheid tussen jongens en meisjes.

Meer gelijkheid

Jongens hebben het, als het om het benoemen van je geslachtsdeel gaat, toch al makkelijker. Die hebben het woord piemel, dat geschikter is voor jongere kinderen en minder medisch klinkt dan het woord penis. En jongens hebben hun piemel letterlijk elke dag in de hand, dus zijn er vertrouwd mee. Zoals een meisje het in het NOS Jeugdjournaal (item vanaf 14,45 min.) goed verwoordde: “Vagina klinkt zo ziekenhuis-achtig, daarom lijkt me poenie beter. Het is ook wel zo eerlijk, want dan hebben wij net als jongens ook een woord zoals piemel.” Als er voor meisjes een woord is dat zonder gene wordt gebruikt, kunnen ze er ook trots op zijn.

De vagina en vulva op de schop?

Of we afstappen van ‘vagina’ en ‘vulva’? Nee hoor. Als Rutgers zien wij deze actie vooral als een aanmoediging om thuis en op school het gesprek te starten. Wij vinden het belangrijk dat er met jonge kinderen wordt gesproken over hun geslachtsdelen dat kinderen én dat ouders en leerkrachten zelf een woord kiezen waarbij zij zich prettig voelen. We gaan dan ook kijken of poenie voor hen een goed alternatief is. En uiteraard blijven de woorden vagina en vulva, als evenknieën voor het woord penis, ook gewoon. Zeker in de voorlichting.

Niet nieuw

Het woord poenie is natuurlijk niet nieuw. Het is afgeleid van punani, dat vagina betekent in het Surinaams. Als breed gedragen woord is poenie wel nieuw. Wat ons betreft zou het zomaar over vijf jaar ingeburgerd kunnen zijn.

In Zweden lopen ze al op ons vooruit. Daar bedacht de Zweedse variant van Rutgers 15 jaar geleden een nieuw woord dat inmiddels iedereen gebruikt: snippa. Er zat een vrolijk promotieliedje bij dat iedereen inmiddels kent. Snippa en snopp (piemel) worden nu door iedereen zonder gêne gebruikt. Als dat ook het resultaat zou zijn van deze actie in Nederland, zou dat mooi zijn.

Trending

Het ‘nieuwe’ woord poenie kan op veel aandacht rekenen. Het wordt breed uitgemeten in de media, zoals bijvoorbeeld in dit artikel in Trouw. Ook was poenie twee dagen lang trending topic op twitter. Het woord roept veel reacties op, van zowel voor- als tegenstanders. Het gesprek is dus al in volle gang! En dat juichen we van harte toe. We zullen het als Rutgers op de voet volgen.

Elsbeth Reitzema (projectleider basisonderwijs) & Marianne Cense (programmamanager seksuele vorming)

Reacties