kranten
| Auteur: Dianda Veldman | Functie: Directeur Rutgers

Blog: De Pil: oorzaak of gevolg?

De pil kwam eind jaren 50 in Amerika als nieuw middel tegen menstruatiestoornissen op de markt. Op de bijsluiter was als bijwerking ‘tijdelijke onvruchtbaarheid’ vermeld. Begin jaren 60 werd dit medicijn ook in Europa als voorbehoedmiddel geïntroduceerd. Aanleiding voor de seksuele revolutie. Of zat het toch anders? Dianda Veldman, directeur van Rutgers, deelt haar visie.

Deze column van Dianda verscheen in Max Magazine van 12 augustus 2014.

“Ik hoorde ooit een Chinese professor vertellen dat op het moment van invoering van de één kind-politiek het aantal kinderen per vrouw in zijn land al aan het dalen was. In zijn betoog klonk door dat ook zonder die gruwelijke overheidsmaatregel gezinnen in China veel kleiner zouden zijn geworden dan daarvoor. Ik wil graag met u onderzoeken of voor de anticonceptiepil ook iets soortgelijks gold. Was dit product de aanstichter van de seksuele revolutie of was er al een verandering op gang gekomen?

Op 18 augustus 2014 is het 54 jaar geleden dat ‘de pil’ op de markt kwam. In Nederland vond de introductie plaats in 1962 onder de naam Lyndiol. Een farmaceutisch product dat zo revolutionair was, dat na verloop van tijd iedereen ervan wist. De term ‘pil’ was vanaf dat moment niet meer de aanduiding van een brede categorie medicijnen, het verwees  alleen maar naar die strip pilletjes die vrouwen beschermde tegen ongeplande zwangerschap.

Geboortebeperking

Het is een feit dat vanaf de zestiger jaren, de periode dat de pil populair werd, vrouwen in de westerse wereld minder kinderen kregen. De vraag is: werd de pil geïntroduceerd op het moment dat mensen al minder kinderen kregen? En zouden ook zonder dit voorbehoedsmiddel gezinnen vanzelf kleiner zijn geworden?

Ja en nee. Ja, want de grote (vooral katholieke) gezinnen van na de Tweede Wereldoorlog waren ook een tijdgebonden fenomeen, waarvan je mag aannemen dat het op een gegeven moment ook wel weer voorbij zou gaan, al was het maar vanwege de tanende invloed van de kerk. Vergelijk het bijvoorbeeld maar eens met de crisisjaren: toen werden er minder kinderen geboren, ondanks dat er niet gemakkelijk aan voorbehoedsmiddelen te komen was.

Onder de toonbank

Geboortebeperking is iets van alle tijden. De beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen is zeker niet de enige factor die dat beïnvloedt. Het tegengaan van ongeplande zwangerschap werd wel een stuk mákkelijker door de pil. Wat er voor die tijd voorhanden was - condoom en pessarium – was minder betrouwbaar en lastiger te verkrijgen. Zo kon je in de vijftiger jaren alleen aan voorbehoedsmiddelen komen als je lid was van de NVSH of wanneer je drogist onder de toonbank condooms verkocht. De introductie van de pil heeft naar mijn mening veel meer betekend dan alleen een extra keuzemogelijkheid in voorbehoedsmiddelen. Het heeft ook voor een sociaal-culturele doorbraak gezorgd. De pil kwam beschikbaar in een tijd dat normen en waarden aan het veranderen waren. Daardoor sloeg hij juist zo aan: bij veranderende opinies over seksualiteit (niet voor de voortplanting maar voor het plezier) paste het om je gemakkelijk te kunnen beschermen tegen ongewenste zwangerschap.

Naderhand betitelden we deze periode als de Seksuele Revolutie. De pil was natuurlijk niet de aanleiding daarvoor, maar het maakte de dingen wel gemakkelijker. Het ontstaan van een jongerencultuur en de vrouwenemancipatie waren de belangrijkste aanstichters van die seksuele revolutie.

Beter bespreekbaar

Seksualiteit werd op de een of andere manier ook gewoner, beter bespreekbaar. Een stripje pillen op de wastafel of in een handtas was iets gewoons, iets cleans. Je hoefde er niet over te praten tijdens het vrijen en je hoefde niet met je handen aan geslachtsdelen te zitten, wat met condoom en pessarium wel het geval was. Het besmuikte van voorbehoedsmiddelen ging er wat af.

De pil maakte het mogelijk om op elk gewenst moment te kunnen vrijen. Dat had ook negatieve kanten: als een vrouw de pil slikte had ze geen reden meer om te weigeren, werd in die tijd wel gedacht. In latere jaren werden bij die seksuele beschikbaarheid vraagtekens gezet, met name door de vrouwenbeweging. De slogan ‘als een meisje nee zegt bedoelt ze nee’ dateert dan ook uit die periode.

Anoniem advies vragen

De Rutgershuizen hebben ook een belangrijke rol gespeeld. Zij maakten het mogelijk om anoniem advies te vragen en anticonceptie te verkrijgen. In een tijd dat seks voor het huwelijk nog lang geen gemeengoed was, was die anonimiteit natuurlijk belangrijk voor alle jongeren die niet wilden dat hun ouders wisten wat ze aan het uitspoken waren en daarom niet naar de huisarts durfden. Inmiddels zijn we ruim vijftig jaar verder. De pil blijft een van de meest bijzondere introducties uit de farmaceutische industrie, in een tijd waarin grote sociaal-culturele veranderingen plaatsvonden. En nog steeds is de populariteit groot. Zo groot, dat we tegenwoordig juist aandacht vragen voor andere vormen van anticonceptie. Want de pil is niet voor iedereen het ideale middel. Anticonceptie op maat, passend bij de situatie, overtuiging en voorkeuren van de persoon, is wat mij betreft nu het credo.”

Dianda Veldman

Dianda Veldman is directeur van Rutgers, kenniscentrum seksualiteit, dat in de voetsporen treedt van dokter Johannes Rutgers, die in 1881 begon met spreekuren over geboortebeperking. Samen met o.a. Aletta Jacobs was hij betrokken bij de voorloper van de NVSH, die op haar beurt de Rutgers Stichting oprichtte. De Rutgershuizen bestaan niet meer, maar goede voorlichting over en onderzoek naar seksualiteit zijn nog steeds nodig. Rutgers werkt ook in ontwikkelingslanden, waar op dit terrein nog veel werk te verzetten is.

Dianda Veldman Directeur Rutgers Profiel Dianda Veldman

Reacties