| Auteur: Jantine van Lisdonk | Functie: Onderzoeker/consultant

Wat kunnen we leren over en van biseksuele mensen?

Zelden ben ik op een congres geweest waar men met zoveel passie een presentatie gaf. De European Bisexuality Conference, die van 28 tot 31 juli in Amsterdam werd gehouden, begon met een dag vol sessies over onderzoek naar de ervaringen van biseksuele mensen, hun identiteit, relaties en welzijn, hun ervaringen op het werk en in biseksuele gemeenschappen.

Hoe kwam het dat deze onderzoekers zo vol vuur hun onderzoeksresultaten presenteerden? De meesten van hen bleken uit eigen ervaring of vanuit hun grote betrokkenheid te weten wat het is om gemarginaliseerd te worden, hun identiteit ontkend te hebben of niet serieus genomen te worden.

Biseksualiteit, een volwaardige seksuele oriëntatie

De maatschappelijke aandacht voor biseksualiteit in Nederland is beperkt en geeft niet de indruk dat er ongeveer net zoveel mensen biseksueel zijn als homo of lesbisch. Waar zijn dus al die biseksuele mensen en waarom zijn ze zo onzichtbaar? Ten eerste is het aantal mensen dat zich seksueel of romantisch aangetrokken voelt tot zowel het eigen of een ander geslacht, of die seksuele of relationele ervaring hebben met meer dan een geslacht veel groter dan degenen die zich werkelijk biseksueel noemen. Ten tweede denkt men vooral in homo/hetero onderscheid: als iemand niet hetero is, dan moet deze persoon vanzelfsprekend wel homo zijn. Men bedenkt überhaupt niet dat mensen biseksueel kunnen zijn en lang niet iedereen erkent biseksualiteit als een serieuze en normale seksuele oriëntatie, terwijl onderzoek en ervaringen van mensen het tegendeel bewijzen.

Acceptatie van je eigen seksuele oriëntatie en marginalisering

Waarom is die specifieke aandacht nodig? Hebben biseksuele mensen gewoon niet dezelfde problemen als homoseksuele en lesbische mensen? Ja en nee. Ja, omdat ze net als homo en lesbische mensen te maken krijgen met de norm van heteroseksualiteit en de verwachting dat mensen heteroseksueel zijn. En nee, omdat ze ook nog eens specifieke problemen hebben. Gedurende de onderzoeksdag presenteerde ik een overzicht van wat we uit onderzoek over biseksualiteit in Nederland weten. Ik had daarvoor uitkomsten uit allerlei nationale bevolkings- en panel-onderzoeken bij elkaar verzameld over jongeren, jong volwassenen, volwassenen, ouderen en werknemers. Vergeleken bij homoseksuele en lesbische mensen hebben biseksuele mensen  in Nederland vaker moeite om hun eigen seksuele oriëntatie te accepteren. Zij geven een lager niveau van psychosociaal welzijn aan, meer sociale problemen op het werk (intimidatie en conflicten), en ervaren minder geaccepteerd te worden en niet respectvol behandeld te worden door mensen in de privé sfeer. Ook hebben  ze wat vaker seksuele problemen.

Marginalisatie van biseksualiteit krijgt zijn weerslag in termen als het homo-huwelijk – in plaats van huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht– gay pride, homo gemeenschap, Gay en Straight allianties  (waar een goed alternatief voor is met Gender en Seksualiteit allianties). Een van de deelnemers vroeg zich af hoe het mogelijk was dat er in al de jaren van de Boten Parade in Amsterdam waarbij diversiteit en zichtbaarheid hoog in het vaandel staat, nog nooit een bi-boot is geweest!

Relationele diversiteit

Tijdens het congres stond het onderwerp relaties op de voorgrond. Hoe kan je open zijn over je biseksualiteit in een relatie? Hoe is het om partner te zijn van een biseksuele man of vrouw? In de maatschappij wordt biseksualiteit vaak op een hoop gegooid met niet monogaam zijn. Maar dat is een misvatting. Biseksuele mensen kunnen net als heteroseksuele mensen monogaam of niet monogaam zijn. De meervoudigheid van relaties en levensstijl (bijv. polyamorie en open relaties) wordt echter meer erkend in biseksuele gemeenschappen. Wettelijke erkenning van diversiteit van relaties en gezinsvormen is echter nog beperkt in Nederland.

Mainstreaming

LHBT (lesbisch, homo, biseksueel, transgender), de huidige populaire manier om seksuele en gender  minderheden aan te duiden in Nederland en in Westerse landen, is in ieder geval al een hele verbetering ten opzichte van het spreken over ‘Homoseksuelen en lesbiennes’. Desondanks is de B van biseksualiteit vaak niet meer dan lippendienst. Tijdens een workshop over biseksuele jongeren en gezondheid, gehouden door Soa Aids Nederland en Rutgers, beschreven deelnemers pijnlijke voorbeelden van hoe gezondheidswerkers/professionals soms bevooroordeeld waren of soms zelfs botweg anti-bi. 
Nederlandse internet informatie over seksuele oriëntatie en seksualiteit is vaak helemaal niet goed  bruikbaar of relevant voor biseksuele mensen. Biseksuele jongeren, professionals, activisten en geïnteresseerde deelnemers  leverden vele bruikbare aanbevelingen voor NGOs, scholen, websites en professionals in de gezondheidszorg om meer bi-inclusief te zijn. Het is aan de NGOs, de beleidsmakers, onderzoekers, docenten en andere professionals om dit verder op te pakken: mainstreaming waar mogelijk en speciale aandacht als dat nodig is.

            
Referentie: Jantine van Lisdonk & Saskia Keuzenkamp (2016). Towards bi-inclusive policies: Suggestions based on research on Dutch same-sex attracted young people. Sexuality Research and Social Policy (first pub online)

Meer lezen

Jantine van Lisdonk Onderzoeker/consultant

Reacties